Als we de eerste drie evangeliën, Mattheüs, Marcus en Lucas met elkaar vergelijken valt de grote overeenkomst met elkaar op. We noemen het de synoptische evangeliën. Deze overeenkomst, maar ook juist de onderlinge verschillen zijn vanaf de vroege kerkgeschiedenis bij zowel gelovigen als tegenstanders van het christendom opgevallen. Het dwong christenen tot het geven van een verklaring. Aan de hand van veel voorbeelden wordt het synoptische vraagstuk - hoe komt het toch dat deze evangeliën zo op elkaar lijken? - inzichtelijk gemaakt.
De drie meest gangbare verklaringen voor de overeenkomsten en verschillen worden vervolgens toegelicht: de twee (of vier) bronnen-hypothese, de Griesbach (of neo-Griesbach) hypothese en de hypothese van de literaire onafhankelijkheid.
Wat zeker niet wordt vergeten is wat de deelnemer praktisch met deze kennis kan doen. Hoe helpt het hem of haar bij het Bijbellezen of bij het voorbereiden van een studie?