Het dilemma dat vriendschap heet
Door Erwin R. McManus
Kunnen voorgangers en gemeenteleiders echte vrienden van elkaar zijn? In onze multi-etnische en multi-generationele samenleving lopen we zeer zeker het risico dat we dichter naar elkaar toe gaan groeien.
Vroeger werd mij verteld dat een voorganger op relatiegebied beter afstand kon houden van de mensen waarmee hij werkte. De objectiviteit die nodig was om moeilijke beslissingen te nemen moest niet in het gedrang komen. Het sprak immers vanzelf dat je geen vrienden kon zijn met je baas!
Ik ben het echter niet eens met die stelling.
Ik ben tot de overtuiging gekomen dat het niet genoeg is om gewoon maar mensen in te huren of een bedieningenteam op te bouwen. Ik geloof in een gemeenschap van leiders die samen een missie delen en daarin en daarbij dichter naar elkaar toe groeien.
De oudstenraad in onze gemeente bestaat uit vijf leden: een Japanner, een Chinees, een El-Salvadoriaan, een Mexicaan en een Amerikaan. Ons leidersteam en de ondersteunende staf zijn nog meer divers in ethniciteit. Qua leeftijd lopen we uiteen van twintigers tot vijftigers (en binnen niet al te lange tijd zestigers). Onze verschillen zouden gemakkelijk een excuus kunnen zijn om op zijn best alleen maar samenwerkers te worden. Maar dan zouden we het verbazingwekkende en door God aan ons gegeven geschenk mislopen van vriendschappen die kunnen ontstaan terwijl we samen dienen.
In het Nieuwe Testament is vriendschap een essentieel onderdeel van bediening en leiderschap.
Ik ben er van overtuigd geraakt dat voorgangers zich vaak onwetend in hun eigen hart hebben gestoken.
Wij als voorgangers roepen Gods volk op om in bijbelse gemeenschap met elkaar te leven, maar als leiders laten we zelf iets anders zien. We vertellen gemeenteleden dat ze elkaar moeten liefhebben terwijl wijzelf als stafleden alleen maar samen ons werk doen. Wij zijn degenen die verantwoordelijk zijn voor het scheppen van gemeenschapsleven onder de gemeenteleden terwijl we zelf geïīsoleerde levens lijden. Ik heb gewoon te veel voorgangers en hun echtgenotes ontmoet die pijnlijk eenzaam waren en feitelijk geen vrienden hadden.
Ik geloof niet dat Jezus alleen maar een beroepsmatige werkrelatie met zijn discipelen had. Als ik het me goed herinner noemde hij die mannen zijn vrienden. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Jezus van hen hield. Ze leefden samen. Het was niet zo dat ze alleen maar gedurende kantooruren bij elkaar kwamen en dat ze om vijf uur allemaal weer naar huis gingen. Nee, ze leefden met en bij elkaar en hadden een hartsrelatie met elkaar.
Jezus cultiveerde een gemeenschap van leiders die samen dienden om een gedeelde missie te realiseren. Een gemeenschappelijke missie is meer dan een gemeenschappelijke visie. Hun harten waren samen ontbrand met een vlammende passie. Visie kan heel goed op afstand worden gedeeld, maar passie wordt van heel dichtbij, van hart tot hart, overgedragen. Jezus was heel dicht bij zijn discipelen en kwam hun hart binnen.
Dergelijke dingen gebeuren alleen maar wanneer we ook samen kunnen lachen, huilen, werken en spelen. Zalm grillen op de pier, een stafvergadering omturnen in samen naar de film gaan - het leidersteam in onze gemeente deelt het leven samen. Velen van ons zijn samen met elkaar op zendingsreis geweest. (Er is niets wat mensen zo dicht bij elkaar brengt dan samen aan de diarree te zijn.) Samen basketballen of over de toekomst mijmeren - we zijn meer dan alleen maar een team, we zijn een gemeenschap van leiders.
Ik realiseer me de soms pijnlijke keerzijde van deze benadering terdege. Het kan bijvoorbeeld nodig zijn dat je als voorganger iemand moet ontslaan die je liefhebt. Ik heb dat een keer moeten doen. Ondanks de pijn van die momenten ben ik er nog steeds van overtuigd dat gemeenschap de beste weg is. We moeten terug naar het soort gemeenschap waarin we genoeg van elkaar houden om elkaar in liefde de waarheid te kunnen vertellen. Wanneer we iemand goed genoeg kennen zal het ons verlangen zijn dat hij diegene wordt die en datgene wordt wat God wil dat hij wordt.
In deze gemeenschap heeft iedereen een stem - en ook een mening! We hebben de vrijheid om het met elkaar oneens te zijn. We hebben ook wel eens ruzie met elkaar - maar dat gebeurt bijna altijd op een eerlijke en open manier. Mijn taak daarbij is het om er op toe te zien dat deze cultuur van gemeenschap blijft groeien en bloeien.
Het werd me duidelijk dat ons team een echte gemeenschap ging worden toen onze gemeente een tijdje terug met een financiële uitdaging werd geconfronteerd. Een voor een begonnen de leden van ons team hun salaris aan te bieden met de toezegging dat ze hun werkzaamheden onbetaald voort zouden zetten. Het offer dat zij bereid waren te brengen zei me dat ze hun taak niet als een gewone baan beschouwden, maar dat ze samen met mij aan het toegroeien waren naar een echte gemeenschap van leiders.
Erwin R. McManus is voorganger van de "Mosaic" gemeente in Los Angeles (USA) en is eveneens meewerkend redacteur van Leadership.
