Het helpt om te kijken naar wat Jezus belangrijk vond....
Door Tim Bowman.
De nationale bijeenkomst van onze denominatie was een plezierig samenzijn geweest met andere pastors en missionarissen. De leiders van onze denominatie verwelkomden ons met warmte. Toen gebeurde het. Eén van de officials vertelde ons dat iemand een nieuwe bediening zou starten, en een ‘belangrijk’ werk achterliet. Wij wisten precies wat hij bedoelde: die pastor verliet een grote gemeente. Plotseling veranderde de bemoedigende bijeenkomst naar een moment dat mijn maag verkrampte.
Waarom werd ik zo geraakt door zo’n onschuldige mededeling? Was het jaloezie, nijd of onzekerheid? Of raakte het een diepe snaar omdat ik mij afvroeg of mijn bediening, veel kleiner en in het winderige Wyoming, wel écht belangrijk was? Wat de oorzaak ook was, het dwong mij om te worstelen met het krachtige woord ‘belangrijk’. Als ik mijn huidige pastorale bediening nu zou verlaten, zou iemand dan zeggen dat ik een ‘belangrijk’ werk achterliet? Zou God het zeggen?
Midden tussen deze stormachtige vragen waaide de zachte bries van de juiste verhoudingen. Bij diezelfde bijeenkomst werd een andere leider aangekondigd: Dr. Bingham Hunter van de Trinity Evangelical Divinity School. Wat hij met ons deelde raakte me als een goede vriend. Het hielp me om greep te krijgen op mijn belangrijkheid. En het daagt nog steeds mijn hang naar oppervlakkigheid uit.
De thesis van Dr. Hunter was eenvoudig: meet het belang van je bediening aan de hand van hoe God succes bepaalt. De ambitieuze vraag van de twaalf in Mattheüs 18:1: “Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen??” moet beantwoord worden. Dr. Hunter richtte zijn aandacht hierop en op nog twee andere passages in Mattheüs die deze vraag beantwoorden.
Gehoorzaamheid is belangrijk De eerste keer dat Jezus belangrijkheid in zijn Koninkrijk behandelt komt voor in Mattheüs 5:19. Hij zegt dat “Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen.”
De eerste maat van grootheid is gehoorzaamheid. Wat een persoonlijke benadering voor ons, die belang graag koppelen aan statistieken! Wij kunnen deze maatvoering niet kwantificeren in de jaarrapportage van de kerk of in onze CV, toch gebiedt Jezus ons om onze bediening te verankeren in persoonlijke gehoorzaamheid. Dit is een mate van belangrijkheid die toegankelijk en veeleisend is voor zowel de pastor van 50 als die van 5000.
Ik heb ontdekt dat het pastorschap, met de verleiding van een rechtvaardige buitenkant, vaak afknabbelt van mijn gerichtheid op persoonlijke gehoorzaamheid. Zo vind ik het bijvoorbeeld gemakkelijker om te preken over gebed dan om zelf te bidden. Ik kan uitvoerig ingaan op de liefde voor de naaste maar doe ik het zelf? In mijn verlangen om effectief te zijn bezoek in het ene na het andere seminar om de nieuwste strategieën op te slokken, maar ik moet toegeven dat ik niet zo enthousiast ben om gehoorzaam af te rekenen met mijn trots, mijn boosheid of mijn prioriteitenlijstje.
Ik word mij steeds meer bewust dat mijn persoonlijke gehoorzaamheid aan God niet alleen goed is, maar van levensbelang. Ik ervaar nu een grote persoonlijke en professionele tevredenheid als ik bijvoorbeeld een moeilijk persoon behandel op een bijbelse, gehoorzame manier. Ik weet ook dat een het een belangrijk werk is om tegenstand te bieden aan de aantasting van morele waarden, waar alleen ik me van bewust ben. Persoonlijke gehoorzaamheid is belangrijk.
De tweede maatvoering is “deze geboden leren”, en dat raakt de kern van onze kansel- en preekbediening.
Ik moet bekennen dat ik niet geniet van het preken over sommige passages of onderwerpen. Zij zijn moeilijk te behandelen en waarschijnlijk even moeilijk te beluisteren. Ik houd meer van ‘crowd-pleasers’ die veel bijval oogsten en weinig gefronste wenkbrauwen. Ik kan dan argumenteren dat deze homoletische juweeltjes ‘de banken vullen’ en ‘de uitgangen sluiten’. Helaas kan ik niet onder mijn verantwoording uit (en mijn vreugde) van het preken van ‘de gehele raad van God’, populair of niet.
In het licht van Jezus’ opdracht is het mijn grootste vreugde om te preken met duidelijkheid, relevantie en integriteit door alle bijbelse boeken en teksten heen. Ik verheug mij over de vreugde die God beleeft als ik grondig ook die passages preek die moeilijk maar noodzakelijk zijn. De impact van mijn bediening moet minder worden afgemeten aan mijn kerkelijke statistieken en meer aan het maken van échte discipelen, diegenen die de bijbelse opdrachten gehoorzamen in hun persoonlijke levens, hun huizen en hun dienstbaarheid aan God.
Nederigheid is belangrijk In Mattheüs 18:1-4 lezen wij: “Op dat ogenblik kwamen de discipelen bij Jezus en vroegen: Wie is wel de grootste in het Koninkrijk der hemelen? En Hij riep een kind tot Zich, plaatste dat in hun midden, en zeide: Voorwaar, Ik zeg u, wanneer gij u niet bekeert en wordt als de kinderen, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet binnengaan. Wie nu zichzelf gering zal achten als dit kind, die is de grootste in het Koninkrijk der hemelen”.
In de bediening voelen we de spanning tussen de eisen van vrijmoedig leiderschap en de noodzaak van een nederige geest. Kunnen we écht leiden en toch nederig zijn? Wij weten dat het antwoord hierop ja is, maar de uitdaging ligt in het hoe. Het is duidelijk dat nederigheid niet betekent afstand doen van onze leidinggevende capaciteiten of het kleineren van onze unieke gaven. Toen de ‘nederige’ Mozes bij God pleitte om niet te hoeven leiden, berispte God zijn nauwelijks verhulde zelfmedelijden als ongeloof. De grootste horde voor ons is niet nederigheid zonder leiderschap maar leiden zonder nederigheid.
Om mij te helpen een juiste kijk op de zaak te houden, houd ik drie dingen voor ogen: Gods genade, mijn neiging tot zondigen en de onmisbaarheid van anderen.
- Als eerste denk ik aan Gods genade voor mijn redding en bediening. Normaliter wordt mijn bediening niet bedreigd door hoe ik omga met lof. Net zoals de meeste voorgangers vind ik het heerlijk om bemoedigd te worden. “Pastor, dat was een geweldige preek!”. Ik heb bemoediging nodig, maar resulteert deze bemoediging in het prijzen van God voor Zijn genade of in het vergroten van mijn ego?
“De belangrijkste test van een echt groot man is zijn nederigheid” zei kunstcriticus John Ruskin. “Echt grote mensen hebben een … gevoel dat grootheid niet in hemzelf zit maar door hem heen; dat ze niets anders kunnen doen of zijn dan wat God van ze heeft gemaakt”. Als een gemeentelid nu zegt “je bent een geweldige pastor” dan bied ik dat God aan als lofprijs voor Hem.
- Ten tweede herinner ik mijzelf dat ik feilbaar ben. Peter Marshall zei “Heer, wanneer wij het mis hebben, maar ons gewillig om te veranderen, en wanneer we gelijk hebben, maak ons gemakkelijk om mee om te gaan.”. Deze realiteit maakt me nederig, zorgt ervoor dat ik beter luister, en moedigt me aan om zachtmoedig om te gaan met anderen die falen.
- Ten derde houd ik mijzelf de onmisbare indruk van anderen op mijn leven en bediening voor.
De afgelopen zeven jaar heeft onze kerk alleenstaande moeders geholpen met het repareren van hun auto’s voordat de lange koude winter in Wyoming begon. Toen een bevriende pastor mij complimenteerde voor dit werk heb ik de eer toegekend aan de toegewijde leden die dit hebben opgezet.
Nederigheid is belangrijk.
Dienstbaarheid is belangrijk
Als gehoorzaamheid ons motief is en nederigheid onze houding, dan moeten onze daden voortkomen uit dienstbaarheid. In een bediening bestaat altijd de verleiding om anderen alleen te zien als bestaand om ons van dienst te zijn. Macht, eigenwaan en positie worden gezien als signalen van succes, maar zij ledigen de ziel van een dienaar. Wij worden verleid om te leiden door de macht van onze positie, maar de maatstaf die Jezus aanlegt is dienstbaarheid.
Hoe kan ik dienen?
- Kom gekleed om te werken op een kerkelijke werkdag
- Bied aan om correspondentie af te handelen zodat mijn secretaresse voor haar zieke kind kan zorgen
- Maak het lokaal van een overwerkte zondagschoolleider eens schoon
- Deel de kansel met een jonge leider die graag een bediening wil staren
- Bedien het geluidssysteem voor de jonge muzikant die de aanbidding oefent
Zo nu en dan vraag ik mijzelf af: “Heb ik de Heer recentelijk nog ongezien en onbeloond gediend?”
Albert Einstein daagde anderen uit: “Probeer niet een succesvol mens te worden, maar probeer eerder een waardevol mens te worden”. Dienstbaarheid is belangrijk.
Tim Bowman is pastor of Grace Bible Church in Elmhurst, Illinois
|