Ontwikkelaar van “Natuurlijke gemeenteontwikkeling” stelt dat kleinere kerkgemeenschappen het op zeven van de acht categorieën beter doen dan de grotere kerken.
Een interview met Christian A. Schwarz.
(noot van de uitgever: In de negentiger jaren voorspelde de kerkelijk expert Lyle Schaller dat de kerken ofwel groter ofwel kleiner zouden worden, maar dat het middelsegment in kerken kleiner zou worden. Baby boomers, op zoek naar het beste, moedigen hun gemeente aan om groter te worden. Generation X mensen, op zoek naar gemeenschap, zullen overgaan naar kleinere kerken)
Recente onderzoeken door de researcher George Barna ondersteunen de voorspelling van Schaller min of meer. Barna vertelt dat er hoop is voor de kleinere gemeente, meer nog omdat de behoefte bij jongere mensen naar echte relaties een belangrijkere factor wordt in hun keuze voor een thuisgemeente. En veel postmoderne gemeentes hechten geen waarde aan grootte als factor voor het meten van doelgerichtheid of succes.
Dus, hoe goed doen de kleinere kerken het? Kleinere kerken doen het net zo goed als grotere kerken op alle sleutelgebieden, behalve één, volgens de analist Christian A. Schwarz. Dat biedt hoop voor de toekomst van allen die leven in de schaduw van een mega ministry.
Bij het onderzoek van 1000 kerken in 32 landen over de hele wereld ontdekte Schwarz acht principes voor een gezonde kerk – los van grootte, cultuur of denominatie.
De resulterende strategie van “natuurlijke gemeenteontwikkeling” heeft sindsdien stof doen opwaaien onder de gemeente-experts over de hele wereld. Amerikaanse voorgangers beginnen de waarnemingen van iemand met een internationaal perspectief op te merken. Schwarz leidt het Instituut voor Natuurlijke Gemeenteontwikkeling in Duitsland.
Afgeschrikt door wat hij noemt “het technocratische denken” in de kerken breekt Schwarz een lans voor de kleinere gemeenten. Zijn onderzoek vertelt hem dat het daar allemaal gebeurt. Maar Schwarz ontdekte tekenen van verandering bij kerken van allerlei grootten, die hij besprak met Craig Brian Larson van Leadership.
We horen steeds meer de term “gezonde kerken” van diegenen die tot voor kort slechts spraken over “kerkgroei”. Hoe ziet gezondheid er uit de komende jaren? Ik zie twee dingen: Het eerste is een nadruk op het zoeken naar kwaliteit, niet als tegenhanger van kwantiteit, maar als de strategische wortel van kwantiteit.
Wanneer je ontdekt hoe je kwalitatieve doelen kan stellen, deze na kan streven en periodiek te meten of je de kwalitatieve doelen hebt gehaald, heeft dat een enorme impact.
Het tweede is een verschuiving in de relevantie van kleine kerken. Een van de meest verrassende ontdekkingen is dat (hoewel er belangrijke uitzonderingen zijn) hoe groter een kerk wordt, hoe slechter deze wordt in de mogelijkheden om nieuwe mensen te bereiken voor Christus. Slechts op weinig gebieden is een grotere kerk ook eeen betere kerk.
Hoe doen kleinere kerken het dan beter dan grotere? Een voorbeeld is het percentage van mensen die hun geestelijke gaven uitoefenen om hun kerk te helpen groeien. In kerken met minder dan 100 mensen ligt dat gemiddeld op 31 procent. Je zou kunnen zeggen dat is niet veel. Maar als je het vergelijkt met kerken met meer dan 1000 mensen, waarbij het gemiddelde op slechts 17 procent ligt, dan zie je dat er een afname is in kwaliteit. Op alle gebieden behalve één neemt de kwaliteit af als de kerk groter wordt.
Wat is die ene uitzondering? Wij hebben acht kwaliteitskenmerken gemeten:
- Toerustend leiderschap
- Gavengerichte taakvervulling
- Hartstochtelijk geloofsleven
- Doelmatige structuren
- Inspirerende samenkomsten
- Groeizame gemeentekringen
- Behoeftengerichte evangelisatie
- Liefdevolle relaties
De grote kerken doen het alleen bij de inspirerende samenkomsten beter dan de kleinere kerken.
Dat is ook wel logisch. Het zingen van aanbiddingsliederen in een menigte van 5000 en met geweldige muziek is meer inspirerend dan het samenzijn met acht mensen en een gitarist die slechts drie akkoorden kan spelen.
Je moedigt kerken aan om te werken aan het gebied waarin ze het zwakst zijn, wat je de “minimum factor” noemt. Dat gaat in tegen de algemene wijsheid van het “bouwen aan je sterke punten”.
De meeste kerken hebben een zwakheid waarvan ze de neiging hebben die te verwaarlozen. Zij willen verdere groei op het gebied van hun sterke punten.
Maar om te stellen dat “bouwen aan je sterke punten” een universele regel is, is misleidend. Een kerk moet bouwen aan zijn sterke punten, en werken aan de zwakten. Er is geen kerk die zonder de acht kwaliteitskenmerken kan.
De minimum factor van een kerk kan bijvoorbeeld evangelisatie zijn. Als ze goed zijn in gebed, dan hebben ze de neiging om door te gaan met bidden. Maar ze zouden meer geestelijke energie moeten wijden aan het evangeliseren.
Het is net zoals het menselijk lichaam. Als je hartproblemen hebt en nodig geopereerd moet worden, dan kan een dokter niet zeggen: “U heeft een prachtige stem. Werk maar verder aan uw zangkwaliteiten”. Je hebt dan eerst een hartoperatie nodig. Daarna kan je bouwen aan je sterke punten. De enige regel voor gezondheid is het versterken van je zwakke punten.
Je wijst acht gebieden aan voor gezonde kerken. Normaliter horen we van slechts één of twee sleutels voor groei. Hoe leg je dat verschil uit? Als een kerk die vrucht draagt goede ervaringen heeft op een bepaald gebied, dan hebben ze de neiging om dat aan te prijzen als het geheim van hun succes. De ene kerk zegt dat gebed de strategische sleutel is omdat dat de minimum factor is waar zij aan hebben gewerkt. In een andere kerk kunnen de doelmatige structuren het belangrijkste probleem zijn. Als zij hun structuur verbeteren en meer vrucht gaan dragen, dan zullen zij structuur verkondigen als de sleutel.
Maar je kunt niet zeggen dat structuur de enige sleutel is, of evangelisatie, of gebed. Alle acht kwaliteiten zijn succesfactoren voor kerken van alle grootten. We hebben balans nodig.
Je komt op voor kleinere kerken. Wat zal hun rol zijn in de nabije toekomst? De toekomst heeft meer megakerken nodig, omdat zij kansen krijgen die anderen niet hebben, maar dat zijn de uitzonderingen. Tot op dit moment gebruiken de meeste boeken over groei de voorbeelden van grote kerken. Zelfs als de auteurs de groei van een kerk niet tot doel hebben, krijgen mensen toch dat idee omdat alle voorbeelden komen van de grote kerken. 95% van de literatuur op het gebied van kerkgroei en gezondheid zou zich moeten concentreren op gezonde, kleine kerken die kunnen vermenigvuldigen en andere kleine kerken kunnen voortbrengen.
Het belang van het huldigen van kleine kerken en het doelgericht vermenigvuldigen van kleine kerken is strategisch. En het zal zich uitbreiden.
Christian Schwarz is de auteur van het boek “Natuurlijke gemeenteontwikkeling”.
Dit artikel is het eerst gepubliceerd door Leadership Journal, en met toestemming vertaald uit het Amerikaans. Het originele artikel vindt hier.
|