De ontwikkelingsfasen van een groep
Iedere groep, groot of klein, die voor een langere tijd bij elkaar is, maakt een dynamisch proces door. Dit proces is min of meer voorspelbaar. In grote lijnen kent de relatie tussen de groepsleider en de groepsleden de volgende vijf fasen.
- kennismaken
- strijd om de macht
- samenwerken
- strijd om intimiteit
- harmonie
De eerste fase is de kennismaking of oriëntatie. De groepsleider zal merken dat de groepsleden nog niet in alles open zijn. Er moet vertrouwen groeien. De groepsleider kan dit proces versnellen door tijd te nemen elkaar beter te leren kennen.
Als de groepsleider en groepsleden elkaar wat beter hebben leren kennen volgt de tweede fase. Het gaat nu om de macht. Welke regels gelden er tussen groepsleider en groepsleden, wie neemt initiatief, naar wie wordt geluisterd, etc. Er kunnen in deze fase kleine incidenten plaatsvinden. Houd voor ogen dat deze fase vooral nodig is om de rolverdeling en grensafbakening in de relaties helder te krijgen. Een groepsleider dient juist in deze fase duidelijk te zijn over de regels die hij belangrijk vindt, bijvoorbeeld wat de groepsleden moeten doen als hij een keer niet kan komen op de afgesproken tijd. Maar ook is dit de tijd om deze gezamenlijke doelstelling te formuleren, zodat iedereen betrokken raakt en de groep snel door deze fase groeit.
De derde fase wordt bereikt als de rolverdeling en de verhoudingen in de relaties min of meer bekend zijn. De tijd en energie zal zich nu primair richten op het doel dat de groep zichzelf gesteld heeft. Deze fase is een ideale tijd van samenwerking.
Na verloop van tijd echter ontstaan er weer nieuwe incidenten in de groep. Meestal liggen deze meer op het persoonlijk vlak. Omgangsvormen, loyaliteit en openheid zijn nu het onderwerp. Daarom wordt deze fase ‘strijd om intimiteit’ genoemd. De groepsleider kan opeens persoonlijke kritiek krijgen, of raakt zelf geïrriteerd door het gedrag van de groepsleden. Het vergt tact en wijsheid om het proces goed door deze fase te begeleiden. Het bouwen van vertrouwen in de voorgaande fasen is de beste preventieve daad om snel door de vierde fase te komen.
Na de vierde komt de relatie tussen groepsleider en groepsleden in een vijfde fase: de harmonie. Groepsleider en groepsleden zijn tot elkaar gekomen en er kan nu echte vriendschap en een wederzijds liefhebben groeien. Er is een grote wederzijdse openheid en vertrouwen. De ideale conditie om de groepsleden tot volwassenheid te begeleiden.
Een groepsleider zal de ontwikkeling van de groep positief kunnen begeleiden als hij de volgende vier zaken voor ogen houdt.
- Iedere groep een aantal fasen doormaakt voordat zij in harmonie functioneert.
- Iedere groep gezamenlijke maar ook individuele kanten heeft waar de groepsleider oog voor dient te hebben.
- Iedere groep een eigen cultuur heeft, waarvan de groepsleider zich bewust dient te zijn.
- Ieder groepslid een eigen referentiekader heeft, en de groepsleider het groepsproces positief kan sturen als hij de verschillende kaders van de groepsleden kent.
Heeft uw gemeente behoefte aan training voor kringleiders?
Neem dan contact met ons op.
