Door Alan Nelson
Sommige mensen hebben een enorme capaciteit om te leiden, maar hebben dat nooit ontwikkeld. Anderen zijn misschien minder begaafd op dat gebied, maar hebben hun potentieel volledig ontwikkeld, en worden gezien als sterke leiders.
Veel goede leiders worden niet opgemerkt doordat ze nog jong zijn, of omdat ze nooit een kans hebben gehad om écht te leiden. Het is onze taak als leiders om andere leiders te herkennen, en hen de kans te geven, maar de gave om leiderschapscapaciteiten te herkennen is zeldzamer dan de gave van het leiden.
Mozes zag zichzelf niet als een natuurlijke leider, en dus vroeg hij God om een spreekbuis (Aäron). Samuël, die de jonge David als koning moest zalven herkende zijn leiderschapgaven ook niet meteen.
Een net zo moeilijke, maar tegengestelde uitdaging is om bepaalde personen er van te overtuigen dat ze nooit goede leiders zullen worden.
Vanwege de misverstanden rondom de aura en de vreugde van het leiderschap, zijn velen zelfbenoemde wannabees, die slechts een gevoel van eigenwaarde hebben als ze als leider worden gezien. Toen ik ‘follow-the-leader’ speelde met mijn vijf jaar oude zoon, riep hij: “Pappa, wacht op mij, ik was de leider!” Deze toon is normaal voor volwassenen die willen leiden maar de vaardigheden en capaciteiten nogal missen. “Je hebt me ook nooit een kans gegeven” is dan een veelgehoord excuus onder diegenen die menen dat leiderschap alleen een formele rol of positie is.
De bijbel en de geschiedenis bieden ons veel voorbeelden van onzekere leiders die de volgelingen uitroeiden die ze als bedreiging beschouwden. Dit waren waarschijnlijk mensen met grote netwerken, ambitieuze mensen die een leidende positie hadden zonder de mogelijkheden om deze verantwoordelijkheid te dragen.
Wat zoek je dan wél? Leiders met een natuurlijke gave zoeken intuïtief naar die omstandigheden waarin zij hun leiding kunnen uiten, of ze nemen een taak op zich waarin mensen die leidinggevende rol op hen leggen. Op sommige manieren kunnen leiders niet leiden.
Wanneer zij in een groep meedraaien zullen anderen al snel hun leidinggevende mogelijkheden zien. Daarom zullen leiders die ergens niet bij betrokken willen worden er soms voor kiezen er buiten te blijven. Anderen zullen dat misschien interpreteren als gereserveerd en weinig toegewijd, maar deze mensen hebben ontdekt dat wanneer zij mee gaan doen, de anderen al snel hun capaciteiten ontdekken en hen in een positie dwingen die zij helemaal niet willen. Mensen vragen opeens advies aan hen in plaats van aan de ‘echte’ leider. En de officiële leider beschouwt zulke natuurlijke leiders als een bedreiging.
Een van de beste maatstaven voor de geschiktheid van een leider zal je misschien verbazen. Vele mensen kijken eerst naar de grootte van de organisatie onder de leider, aannemend dat dit een goede maatstaf voor de capaciteit van de leider is. Dit kan een factor zijn om te overwegen, maar het is ook mogelijk dat mensen met een middelmatige gave voor leiderschap hun weg gemanipuleerd hebben naar een sleutelpositie.
Politieke dapperheid, goede netwerken, leeftijd en soms geluk kunnen mensen helpen een sleutelrol aan te nemen waar leiderschap wordt verwacht die niet overeenkomt met hun gaven. Men mag nooit aannemen dat de persoon die de directiestoel warm houdt ook de beste persoon is om te leiden. Een veel betere vraag is dus: “Hoe is deze persoon op deze plaats gekomen?”
Een effectiever zicht op de leiderschapscapaciteit is het analyseren van de volgelingen van de leider. Het kaliber van de mensen in een team (of zelfs van een informele groep) is vaak een betere weerspiegeling van leiderschapskunst dan het aantal mensen in het team. Als een groep bestaat uit scherpe, getalenteerde mensen, dan heb je kans dat er een echte leider aan het roer staat. Want écht goede medewerkers hebben zelden het geduld om een leider zonder leidinggevende capaciteiten te volgen.
Alan Nelson is pastor van de Scottsdale Family Church en leider van het Southwest Center for Leadership.
|