Jezus als leider 6

Jezus als leider 6

 
Joel Ministries
Druk deze pagina af

Jezus toonde het relationele karakter van leiderschap

Jezus was niet alleen “relationeel” in Zijn leiderschap; hij was “écht relationeel”. Hij houdt echt van mensen. Hij wilde tijd aan hen spenderen, luisterde naar hen, sprak met hen, hielp hen met hun levens, en leidde hen naar de Vader.
Het geestelijk leiderschap wordt al snel koud en levenloos als er geen echte liefde voor mensen is, het is slechts een oefening in religiositeit – een onechte en zielloze professionele relatie.

Bovendien had Jezus zelf nooit geleerd om relaties te onderhouden; Hij deed dat vanzelf vanuit de eenheid met Zijn Vader. Vanuit de intieme omgang met Zijn Vader wist Jezus dat Zijn Vader van mensen houdt. Hij wist dat niet als iets wat hij op de bijbelschool geleerd had – Hij kende de liefde die de Vader voor mensen heeft.

Hoe vaak komen we tegenwoordig niet leiders tegen die mensen alleen tolereren omdat ze dat moeten. Het is nou eenmaal hun taak en ze hebben geleerd hoe ze dat moeten doen – maar ze hebben geen hart voor mensen. Wij zijn tegenwoordig heel goed in het opleiden van leiders die efficiënte projectmanagers zijn: taakgeörienteerde uitvoerders die een klus kunnen klaren, wat die klus ook is: evangelisatie, pastoraat, kringen, onderwijs. Wij zijn slecht in het opleiden van leiders die écht van mensen houden.

Hoe vaak ook zien we dit tekort aan echt meeleven bij het winnen van mensen voor Christus leiden tot een tegenreactie tegen diegenen die hen willen helpen. Het slachtoffer weet van binnen dat de christen innerlijk alleen in hem geïnteresseerd is als een object dat gered moet worden van het eeuwige vuur. De reden is niet echte liefde voor de zondaar, maar de opdracht tot gehoorzamen, een dienst die verricht moet worden, een project dat moet worden afgerond. Zulke dienstbaarheid is hard, koud en onpersoonlijk.
We zien hetzelfde ook vaak in ons pastorale werk. De pastor heeft een vastgeroeste glimlach op zijn gezicht, maar in zijn hart is geen brandende liefde voor mensen. Zijn antwoorden zijn de “goede” antwoorden, die hij geleerd heeft om te geven; ze komen niet voort uit een warm hart dat gevuld is met de liefde van de Vader voor Zijn kinderen. Hij belooft te bidden voor de nood (en gaat zelfs verder dan beloven door nu en dan een snel gebed of een vluchtige gedachte hieraan te wijden), maar zijn hart is niet bewogen door hun probleem. Dit is het professionele leiderschap; een taak die we goed af kunnen.

Lijnrecht hiertegenover ontdekken we de liefde van Jezus voor Zijn mensen telkens weer in de bijbel:

  • “Jeruzalem, Jeruzalem,…, hoe dikwijls heb Ik uw kinderen willen vergaderen, gelijk een hen haar kuikens onder haar vleugels, …” (Luk 13:34).
  • “…Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, …” (Luk 22:15).
  • “…Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden … Ik noem u niet meer slaven… maar u heb Ik vrienden genoemd…” (Luk 22:15).

 

Jezus’ verlangen om tijd door te brengen met mensen – zelfs de slechtste onder hen – werd door de religieuze leiders van die tijd begroet met een boze berisping:
“…Zie, …een vriend van tollenaars en zondaars…” (Matt 11:19).

De liefde van Paulus voor mensen was hetzelfde: Zijn hart brak als hij nadacht over de staat waarin de gemeentes die hij had gesticht verkeerden:

  • “…mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat Christus in u gestalte verkregen heeft;”
  • (Gal 4:19). Paulus hield écht van hen, en bekommerde zich om hen: “…ik heb immers reeds gezegd, dat gij ons zo na aan het hart ligt, dat wij met u zouden willen sterven en leven.” (II Cor 7:3).
  • “God toch is mijn getuige, hoezeer ik met de ontferming van Christus Jezus naar u allen verlang.” (Fil 1:8).
  • “…maar wij gedroegen ons in uw midden vriendelijk, zoals een moeder haar eigen kinderen koestert. Zo waren wij, in onze grote genegenheid voor u, bereid u niet alleen het evangelie Gods, maar ook ons eigen leven mede te delen, daarom, dat gij ons lief geworden waart.” (I Thess 2: 7-8).
  • “Want wie is onze hoop of blijdschap of erekrans voor onze Here Jezus bij zijn komst, wie anders dan gij?” (I Thes 2:19).
  • “…immers, als ik denk aan uw tranen, verlang ik u te zien om met blijdschap vervuld te worden;” (II Tim 1:4).
  • “…want nu leven wij, als gij staat in de Here.Want welke dank kunnen wij Gode over u vergelden voor al de blijdschap, waarmede wij ons om u verblijden voor onze God?” (Matt 11:19).

Heden ten dage zijn vele leiders verward over de aard van hun “bediening”. Zo’n leider ziet de “bediening” als iets wat moet worden volbracht en ontwikkeld; in zijn gedachten heeft zijn “bediening” een eigen bestaan, dat los staat van de mensen die hij zegt te dienen. Hij houdt van zijn “bediening”, maar raakt verveeld en soms zelfs geërgerd door de mensen. Bijbels gezien, echter, dienen en ontwikkelen we geen bedieningen, wij houden van en dienen mensen. Onze mensen zijn niet een doel van onze “bediening”, maar de mensen die God ons heeft te geven om te leiden zijn ons doel!

In het volgende artikel onderzoeken we nog verder hoe Jezus Zijn leiders opleidde.

Dr. Malcolm Webber is oprichter en president van Strategic Global Assistance, Inc. SGA is een non-profit organisatie die zich toelegt op het faciliteren van leiderschapsontwikkeling in het bijzonder in arme en gesloten landen. Meer info vind je op de website www.leadershipletters.com